Van Zoutkamp naar Dokkum 24 km
28 – 05 – 2025
Etappe 1
We starten vandaag op een later tijdstip dan normaal. Omdat buienradar bij Zoutkamp nog wat regen voor ons in petto heeft vertrekken we pas na de koffie om kwart over negen richting Zoutkamp. Onderweg krijgen we met een paar spetters te maken, maar als we om goed tien uur bij de bakker in Zoutkamp de bus neerzetten is er geen vuiltje aan de lucht. Saak besluit nog even wat Grunninger notenkoek aan te schaffen (wij vinden dat heerlijk) maar brengt ook een paar verrukkelijke appelgebakjes mee. Stevige jongens die er ingaan als koek.
Na ons tweede bakje koffie en met het buikje vol beginnen we dan ook aan de wandeling. We lopen de Sluisweg uit en komen bij de Reitdiepsluizen direct in een ogenschijnlijk wat chaotische situatie terecht. Ik heb begrepen dat de weg en het fietspad daar aangepakt worden, maar zo te zien wordt er ook gewerkt aan de sluis zelf. De totale kosten voor het project Nieuwe Waterwerken Zoutkamp zijn geraamd op ruim 64,5 miljoen euro en dat is voorwaar geen kattenpis.
Het ziet er allemaal wat rommelig uit, maar met verkeerslichten wordt het autoverkeer geregeld en wij kunnen als brave voetgangers gewoon doorlopen. Door alle afzettingen gaat het historische karakter van de Reitdiepsluizen wat verloren, maar dat is niet anders. Grappig is wel dat je bij Zoutkamp wel drie sluizen hebt. De Hunsingosluis, die het water van het Hunsingokanaal afvoert, dat in het midden van de 19e eeuw is aangelegd. Dan heb je de Reitdiepsluizen die het grootste gedeelte van het Groninger water afvoeren. Dit sluizencomplex is aangelegd in 1877 kort na de afsluiting met een dijk van het Reitdiep. En dan heb je een paar honderd meter westelijker nog de Friese Sluis, die het Friese water van de Muntsjesylster Ryd afvoert. (Het Friese en het Groningse water waren toen nog volkomen gescheiden.) Ook deze sluis zal van 1877 zijn.
Wat direct opvalt bij de Friese Sluis is de witte voormalige sluiswachterswoning. Die witte kleur zit er nog niet zo lang op, want op wat oudere foto’s heeft de woning nog gewoon een steenstructuur. Maar ik vind het wel mooi.
We wijken hier af van de route die ik op papier heb. Die loopt namelijk nog bijna een kilometer door langs de Nittersweg, terwijl er aan de andere kant van de dijk, in het voormalige Lauwerszeegebied een mooi rustig graspad ligt. Dat komt uit op de Hooge Zuidwal en daar moet ik toch langs. We klimmen bij de dijk omhoog en dalen aan de andere kant af en komen in een wereld terecht van riet en water. Hoewel het graspad, dat er doorheen loopt, niet overdreven vaak bewandeld wordt, loop je er wel prachtig door de natuur.
Eenmaal bij de Hooge Zuidwal neem ik afscheid van Saak, die vandaag niet al te ver wil wandelen.
Ik loop de voormalige Lauwerszee verder in en kom langs een proefboerderij, waar het gezien het aantal geparkeerde auto’s behoorlijk druk moet zijn. Maar ik zie geen mens en loop door tot ik bij een fietspad linksaf moet. Een paar fietsers komen mij daar achterop, maar zij zijn tot nu toe ook de enige.
Bij een bruggetje zie ik tot mijn verbazing plotseling tientallen koninkpaarden lopen. Die blijken afkomstig uit de Oostvaardersplassen en hebben nu in het Lauwersmeergebied alle ruimte. Even verderop staat een Schotse Hooglander mij nieuwsgierig aan te kijken. Slechts met één draadje van mij gescheiden, waar zo te zien geen stroom op staat, lijkt mij dat voor die stevige stier geen onoverkomelijke barrière om eens nader met deze wandelaar kennis te maken. Maar hij vindt het waarschijnlijk niet vreemd dat ik daar loop, want hij doet geen stap in mijn richting. Vroeger kroelde ik zulke beestjes nog wel een door het haar, maar daar ben ik toch maar mee opgehouden toen ik las dat ze ook wel eens agressief kunnen zijn.
Even later passeer ik een alleraardigst uitkijktorentje met op de zijkant van de trap de tekst ‘Dark Sky Lauwersmeer’. Ik dacht daar verder niet over na en beklom de toren om bovenop even op een bankje te zitten. Toen ik boven was bleken er diverse opgeklapte bankjes te zijn, maar toen ik er eentje naar beneden klapte, bleken er geen poten aan te zitten. Hij hing scheef tegen de wand aan. Toen ik de andere opgeklapte ‘bankjes’ bekeek, bleken daar ook geen poten onder te zitten. Pas toen viel mijn oog op een paar figuurtjes die mij ‘vertelden’ dat de bankjes bedoeld waren om er tegen aan te gaan liggen. En dan vooral ’s nachts. De sterrenhemel schijnt daar fantastisch te zijn in dat donkere Lauwersmeergebied. Ik ben maar niet gaan liggen, maar snap nu wel waarom de tekst ‘Dark Sky Lauwersmeer’ op de zijkant van de trap staat. Als ik weer naar beneden ga, stoppen er net een paar racefietsers van gevorderde leeftijd. Ik vertel ze maar even dat ze daar boven niet kunnen zitten.
Thuis gekomen zag ik nog de volgende tekst voorbij komen: ‘Het hemelplatform is speciaal ontworpen om overdag naar vogels en ‘s nachts naar de sterren te kijken. En die zijn er volop te zien hier in Dark Sky Park Lauwersmeer’.
Ik loop verder en hoor al snel het fietsende viertal naderen. Ik ga naast het fietspad staan en hoor één van de mannen zeggen: “Bedankt en een prettige dag verder.” Kijk, voor zulke mensen doe ik graag een stapje opzij.
Even later zie ik in de verte een gebogen lijn, dat een kunstwerk blijkt te zijn. Het is tijdens de Friezenreünie in 2000 ( Simmer 2000) geplaats als een eerbetoon aan de duizenden emigranten die vroeger de oversteek met een boot gemaakt hebben naar o.a. Amerika en in dat jaar weer even terug kwamen naar It Heitelân.
Als ik het fietspad uitgelopen ben, zie ik bij een parkeerplaats langs de Kwelderweg boven op de dijk een bankje. Daar klim ik naar toe en nuttig ik even een hapje en een drankje. Met uitzicht op de Kollumerwaard en lekker beschut door de hoge leuning zit het er even prachtig. Soms moet ik mijzelf dwingen om weer verder te lopen en dit is zo’n plaats.
Maar de plicht roept en Ik loop verder langs de Kwelderweg richting Dokkumer Nije Silen. Maar voor ik daar ben kom ik langs de Lanterfanter, een vakantiepark. Met ronkende zinnen maken ze reclame voor hun park. Ik citeer: ‘Graag delen we deze plek met onze gasten zodat iedereen kan genieten van de relaxte sfeer, adembenemende uitzichten, unieke overnachtingsplekjes, leuke activiteiten, het gezellige terras en de knusse zomercamping. En tijdens de late uurtjes is hier een schitterende sterrenhemel te bewonderen, bijvoorbeeld rond het kampvuur of vanuit de tobbe’.
Vooral dat ‘vanuit de tobbe’ sprak me wel aan omdat we dat zelf thuis ook wel doen: ’s avonds laat even in de jacuzzi om te genieten van de sterrenhemel. Dat is echt heerlijk. Maar genoeg reclame gemaakt.
Ik kom in de buurt van Dokkumer Nije Silen langs een jachthaven. Ik ben geen watersporter, maar wat mij opvalt is dat jachthavens altijd vol liggen. En ik moet dan altijd denken aan de uitspraak: ‘Het bezit van de zaak, is het einde van het vermaak’.
Maar ik gun ieder zijn pleziertjes en zal er verder geen oordeel over vellen.
Dat verandert wel even als ik zie dat de brug bij Dokkumer Nije Silen omhoog staat en er tergend langzaam twee plezierjachten de sluis in varen. Gans het raderwerk staat stil als de brugwachter het wil. Minstens 30 auto’s een fietser en een wandelaar (ik dus) staan daar minutenlang te wachten om twee pleziervaartuigen doorgang te verlenen. Ach niet dat ik het vreselijk erg vind, per slot van rekening ben ik heerlijk aan de wandel, maar als je als automobilist ergens op tijd wilt komen, kan het niet anders of dat moet wel eens ergernis opleveren. Kortom met de slogan: ‘Doe het verkeer een lol en wacht met schutten tot een sluis vol’, zou je al een heel eind komen. Toegegeven het is een ‘brieke’ zin, maar ik wil er alleen maar mee aangeven dat de brugwachters soms wel iets meer compassie met het wegverkeer mogen hebben. Maar verder wens ik iedere watersporter veel plezier en kan ik best genieten van de soms prachtige bootjes die je voorbij ziet komen.
Als de brug weer dicht is, is het maar 150 meter naar de Dokkumer Nije Silen: Dit sluizencomplex werd hier aangelegd toen het Dokkumer Grootdiep in 1729 van de zee werd afgesloten. De sluis bestaat uit: 2 spuisluizen en 1 schutsluis. Via de spuisluizen was het mogelijk om het overtollige water vanuit de Friese boezem naar de Waddenzee af te voeren en via de schutsluis kon het scheepvaartverkeer vanuit het Dokkumer Grootdiep naar de Waddenzee varen. Nu gebeurt dat schutten dus een 150 meter zuidelijker. De aanleg van de dijk en het sluizencomplex werd hier na de grote Kerstvloed van 1717 aangelegd. In Friesland vielen bij die Kerstvloed wel 150 slachtoffers.
Bij de sluizen staat het prachtige restaurant ‘De Pater’. Het pand werd hier in 1729 gebouwd en bood onderdak aan ‘de commiescollecteur der convooyen en licentiën’. Dit was iemand die de tol inde bij de schippers, maar ook bij de weggebruikers. Een tolgaarder dus. Het pand is in 1846 een café restaurant geworden met een logement en eerst ook nog een bakkerij. In 1987 is het pand inwendig uitgebrand, maar daarna prachtig gerestaureerd. Het staat nu bekend als ‘Herberg Restaurant De Pater’. Waarom het die naam gekregen heeft, is niet bekend.
Ik maak nog een foto van de zuil die bij de sluizen staat. Die wordt ook wel een obelisk genoemd en staat daar als monument ‘Ter Eewiger Gedagtenis van de overdijking van ’t Dokkumer Diep’. De zuil is dus ook al bijna 300 jaar oud.
De daadwerkelijke afsluiting van het Diep geschiedde in tegenwoordigheid van twee commissarissen. Hun wapens kregen een prominente plek op het gedenkteken. Maar het is vreemd dat de Leeuwarder architect Claas Bockes Balck en de waterbouwkundige Willem Loré nauwelijks tot niet genoemd worden op de zuil. De eerste was verantwoordelijk voor de aanleg van het sluizencomplex en Loré was verantwoordelijk voor de bouw van de bijbehorende afsluitdijk. Ik heb dan haast de neiging om te zeggen ‘hak die wapens er maar uit’. Maar omdat ik daarmee een stukje tijdgeest zou vernietigen en de prachtige zuil ook zou worden aangetast zeg ik dat natuurlijk niet. De geschiedenis heeft nu eenmaal zijn eigen mores.
Ik moet bij de sluizen linksaf en loop via een trappetje naar beneden. Ik kom daarna op het jaagpad richting Ie (Ee). Het is er heerlijk rustig zo langs het Dokkumer Grootdiep en ondertussen ook prachtig weer geworden. Ik passeer Ingwierum en zie daarna al van verre het dorpje Ie, waar ik doorheen moet.
Ik loop kilometers langs de voormalige zee-arm (het Grootdiep dus), maar kom geen mens tegen. En toch verveelt het me geen moment. Na een dikke drie kwartier lopen, sla ik bij de brug bij Ie rechtsaf en loop even later het dorp in: een niet al te grote plaats maar wel met twee kerken, de Eben Haezerkerk en de Hervormde of Sint-Gangulfuskerk. De eerste is oorspronkelijk gebouwd voor de Dolerenden ( een afsplitsing van de Hervormde Kerk) en is nu een PKN-kerk ( Protestantse Kerk in Nederland). Na een toenaderingsproces van tientallen jaren is de PKN op 1 mei 2004 ontstaan uit een fusie van de drie Samen op Weg-kerken: de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden. Ook de Waalse kerk maakt onderdeel uit van de PKN. Om eerlijk te zijn wist ik dat niet.
De Sint Gangulfuskerk stamt uit de 13e eeuw en heeft een toren uit 1867. Niet erg opvallend, maar aan de bovenzijde van zowel de zuid- als de noordmuur bevinden zich rijen consoles. Veel voetjes van deze consoles hebben de vorm van mensengezichten of van dierenkoppen.
Het dorp Ie (Ee) ontstond op een terp in een landschap van kreken en zeearmen, waar een kwelderwal lag. Archeologische vondsten wijzen erop dat Ie mogelijk al aan het begin van de jaartelling bestond. In de middeleeuwen werd de plaats vermeld als Ee, en later ook als Ee of Ea. De plaatsnaam is afgeleid van het water Ee, dat later het Dokkumer Grootdiep werd. Het staat nu bekend als het Vlasdorp. Vlas was vroeger een belangrijk landbouwproduct voor de linnen- en lijnolie-industrie. Het is een mooi dorp met pittoreske straatjes en zelfs een vlasmuseum.
Ik loop Ie uit over de Skieppereed en moet na 1,5 kilometer ogenschijnlijk een boerenerf op. Maar het pad loopt er langs en ik kom (weer) uit bij Het Dokkumer Grootdiep. Ik ben daar eerder langs gekomen, want het gemetselde zitje ( zie bij foto’s) dat ik daar zie, komt mij bekend voor. Ik blijf nu bijna de hele tocht naar Dokkum langs het Grootdiep lopen op een kleine onderbreking bij een voormalige steenfabriek na. Daar moet ik namelijk omheen. Hoofdschuddend zie ik dat er sinds de vorige keer dat ik er langs kwam nog niets is veranderd. Het is er een enorme rotzooi en toch heeft het wel iets. Ik ben dan ook blij verrast als ik plotseling twee vlaggen zie wapperen met daarop Erfgoed Centrum en daar onder Steenfabriek Oostrum ( =Eastrum). Ik citeer: ‘De Steenbakkerij, gelegen aan het Dokkumer Grootdiep is de enige vrij gave ringoven in Friesland. Sinds 1969 is deze steenbakkerij niet meer in gebruik. De Steenbakkerij (1872) met ringoven, de schoorsteen, een ouder haaghuis en de jongere haaghuizen zijn van hoog historistische waarde en zijn algemeen industrieel archeologisch erfgoed.
In 1968 is de steenfabricage beëindigd in het kader van de sanering van de baksteenindustrie in Nederland. Het bedrijf is in 1969 verkocht en sindsdien in gebruik als opslagterrein.
Het meest bijzondere aan de fabriek is de schoorsteen. Het onderste deel is versierd met gemetselde nissen en dateert uit 1872, in 1879 is de schoorsteen verlengd tot 55 meter hoogte’.
Maar als ik verder lees, zie ik dat In 2010 een zekere meneer Smeeing de voormalige steenbakkerij heeft gekocht om deze weer in ere te herstellen. Daar zie ik na 15 jaar nog niks van, maar wie weet. In ieder geval heb ik de vlaggen de vorige keer niet zien wapperen. En ook aardig is dat ik ons rode busje in de verte zie rijden Daarna loop ik verder richting Dokkum en zie dat Saak ons busje op het parkeerterrein bij het Bowling en Zalencentrum heef geparkeerd. Dokkum zelf loop ik vandaag niet in. Maar met goed 24 km op de teller vind ik het ook wel mooi genoeg.
























































