Van de Roosdomsbrug onder Markelo naar de Notterveldsweg bij Notter
30 – 08 – 2025
We starten aan het eind van de Roosdomsweg bij de Schipbeek. Dit kanaal werd al in de 15e eeuw gegraven in opdracht van het stadsbestuur van Deventer om een betere verbinding te krijgen met Twente en Duitsland. Het waren platte zompen die hier voeren, dus het kanaal zal niet al te diep zijn geweest. De diepgang van een zomp varieerde namelijk van 20 tot 40 cm. Opvallend is dat de beek onder het Twentekanaal door geleid wordt.
Maar we genieten vandaag niet lang van de Schipbeek want al na een kleine honderd meter laten we de Schipbeek achter ons en lopen over de Hogedijk richting een bosgebied met de naam Kattenberg. In dit gebied moeten nog sporen te vinden zijn van de Tweede Wereldoorlog. En dat klopt. Maar eerst komen we langs de Dikke Steen. Ooit werd hier de dikke steen ‘Long Tom’ gevonden, maar die werd verplaats naar het centrum van Markelo en ligt nu naast het VVV-kantoor. Toch vond men dat bij de Kattenberg ook een dikke steen moest liggen en die is hier naar toe gebracht. Het gewicht van deze zwerfkei bedraagt maar liefst 17 ton.
Niet veel later komen we langs een bordje met ‘onderduikershol’. Daar nemen we even een kijkje en raken bij het hol in gesprek met een echtpaar dat ook even een kijkje bij het hol neemt. Als we zeggen dat we uit Oldeberkoop komen, valt het op dat de vrouw ons dorp wonderbaarlijk goed weet te plaatsen. ‘‘Dat is toch vlakbij die plaats waar laatst die luchtballon is neergestort?’’ “Dat klopt”, zeggen we en vertellen hen hoe wij dat ongeluk beleefd hebben, toen we rustig achter ons huis zaten en we plotseling diverse brandweerauto’s en ambulances hoorden en twee helikopters zagen.
Na dit mini gesprekje met het aardige stel verlaten het bosgebied en neem ik op de Traasweg afscheid van Saak. Zij loopt met een omweg terug naar onze bus, terwijl ik een zandpad richting Markelo opga.
Ik kom langs de Markelose Berg, waar op de top een opvallend verzetsmonument staat. Dat is hier opgericht om de 470 gesneuvelde verzetsmensen uit Overijssel te herdenken. En vroeger werd hier ook de landsheer gehuldigd als hij de Twentse bodem betrad. Overigens kent Markelo maar liefst vijf heuvels, met ieder zijn eigen geschiedenis. Daar staat het dorp ook om bekend. Zo werd er bijvoorbeeld op de Dinkspelberg recht gesproken. Maar daar kom ik niet langs en ook van het verzetsmonument krijg ik niks te zien. .
Lopend over de Bergweg kan ik vlak voor Markelo nog wel een glimp opvangen van de Molen van Buursink uit 1836, oorspronkelijk een korenmolen.
Hierna kom ik door Markelo. De naam Markelo kun je ontleden als Grensbos, maar kan ook zijn ontstaan toen mensen uit het Duitse Marclo de naam hebben meegenomen toen ze zich hier vestigden, volgens de twee theorieën die ik op internet vond. .
Markelo was ooit een bedevaartsoord vanwege een Mariabeeld dat wonderen verrichtte. Voor de liefhebbers, in de museumboerderij Eungs Schoppe is de geschiedenis van Markelo weergegeven.
Ik sla in Markelo bij de Grotestraat linksaf en loop even later Markelo al weer uit. Na een rotonde ga ik bij de Bolinkweg rechtsaf. Deze weg wordt al snel een zandweg, die dwars door de landerijen loopt. Het landelijke gebied heeft hier de opvallende naam ‘Achterhoek’. Het is een buurtschap, die zich misschien wel wat achtergesteld gevoeld heeft. Maar dat is speculatie, want ik heb geen verklaring voor deze naam kunnen vinden.
Daarna loop ik kilometers verder door de Twentse dreven, waarbij ik ook door het natuurgebied De Borkeld kom. Dit gebied is een uitloper van de Sallandse Heuvelrug en heeft met de Friezenberg van 40 meter de hoogste top in het gebied. Dat het gebied al duizenden jaren bewoond is geweest, mag blijken uit de vondst van urnenvelden, grafheuvels en karrensporen. Men vindt hier ook de jeneverbes, die in Nederland op een rode lijst staat. Hoewel hij wereldwijd nog vrij veel voorkomt, is hij in Nederland zeldzaam omdat hij open, zonovergoten en voedselarme plekken nodig heeft om te groeien en verdwijnt wanneer loofbomen de overhand krijgen. In ieder geval groeit hij hier nog redelijk vaak en mag ik daarnaast genieten van de bloeiende heide.
In het Elsenerveld, het noordelijkste deel van De Borkeld, doet men aan natuurherstel. Citaat: ‘Jonge berkenbomen en struiken zijn er verwijderd, veraard veen werd tot 50 cm diep afgegraven, bomkraters werden voorzien van een leemlaag, sloten werden gedempt en oevers werden geplagd’. De bedoeling is dat het water beter vastgehouden wordt.
Na een oversteek dwars over de heide loop ik een paar kilometer min of meer parallel met de A1, maar wel op een dusdanige afstand dat ik er geen last van heb. Ook hier zijn de werkzaamheden in het Elsenerveld nog duidelijk zichtbaar.
Op de Oude Rijssenseweg kom ik langs een steen, waarop Professor Dr. Jan Barkman wordt bedankt voor zijn inzet om de A1 niet door het natuurgebied met wakels (jeneverbessen) te laten lopen. Dat is hem rond 1950 gelukt. Er zit nu dankzij hem een knik in de A1, die in 1952 is aangelegd. Op de steen staat waarschijnlijk zijn slogan: Moeten wakels wijken, om het doel te bereiken. Kortom, een vorm van milieu-activisme ‘avant la lettre’.
Daarna steek ik met behulp van een fietsbrug vlakbij wildwissel De Borkeld uit 2003 de A1 over. En ja, daarna loop ik even verkeerd, omdat daar in mijn ogen een bordje van het Havezatenpad wat ongelukkig is neergezet. Maar ik heb gelukkig snel in de gaten dat ik niet goed zit en keer al na honderd meter op mijn schreden terug. .
Ik loop daarna door een bosgebied (Rijssense Veld) en ben gelukkig niet volkomen afhankelijk van de aanwijzingen in mijn boekje. Ik citeer: …’bospad in bij bordje ‘Open gesteld’. Heuveltje over. Kuil recht oversteken. Dan weer omhoog en bovenaan rechtsaf een kronkelend stijgend en dalend pad’. Als dit goed komt , komt er meer goed denk ik. Maar gelukkig heeft men er voldoende aanwijzingen geplaatst om mij door dit bos te loodsen.
Ik kom hier ook de eerste bordjes tegen van het Wereldtijdpad, een 50 kilometer lang wandelpad dat een tijdlijn van de jaartelling weergeeft en loopt van Rijssen naar Holten. Het is de grootste tijdlijn ter wereld. Nadat ik een aantal bordjes gelezen en bekeken heb, vraag ik mij wel af wat de doorsnee bezoeker daarvan moet denken. Wat bijvoorbeeld te denken van de volgende tekst, die ik op één van de bordjes vond: ‘Keizer Antonius Pius was een knappe, lange man. Maar op zijn oude dag (hij is inmiddels 70) begint hij door zijn lengte ook te krommen. Om rechtop te kunnen blijven lopen, draagt hij om zijn borstkas een korset van lindehouten plankjes’.
Zeg het maar.
Vlak voor ik de Markeloseweg oversteek, passeer ik het station van het Rijssense Leemspoor. Citaat: ‘In Rijssen, aan de voet van de Rijsserberg, ligt een traject van een smalspoor waar zo’n 100 jaar geleden de steenfabrieken hun grondstoffen op vervoerden. Je kan dit spoor bezichtigen en vanaf hier een ritje maken met de trein door de mooie bosrijke omgeving van Rijssen. Omdat een ritje niet té lang duurt, is het heel geschikt voor een kort uitstapje met kleine kinderen. Het materieelpark is ook te bekijken. Hier staan onder andere een stoomlocomotief, diverse diesellocomotieven, personen-, goederen- en werktreinen. In de loods kun je zien hoever het staat met de restauratie van het materieel. Er is koffie, fris, en kleine versnaperingen te verkrijgen en er zijn souvenirs te koop’. Zo heb ik wel genoeg reclame voor het smalspoor gemaakt.
Hierna kom ik weer door een bosgebied met de half Duitse naam ‘Hollands Schwarzwald. Tijdens de eerste Wereld Oorlog heeft men hier in het kader van de werkverschaffing een naaldbos aangeplant. Dat geeft zondermeer een donkere aanblik en ook vanwege het reliëf in het landschap kreeg het daarna de naam “Hollands Schwartzwald’.
Ik kom na dit bosgebied bij een buitenwijk van Rijssen, met aan de rechterkant een vrij grote begraafplaats: Het Lenfert. Op de begraafplaats staat een markant gebouw dat ik even op de foto zet. Het ziet er netjes uit en voor 3904 euro mag je er met 2 personen 99 jaar liggen (las ik op de website). Per jaar valt dat nog wel mee, maar je betaalt wel direct voor 99 jaar.
Op de Schapendijk, die langs het kerkhof loopt staat op de weg groot aangegeven dat de auto’s hier te gast zijn. Een sympathieke manier om mensen te vragen op hun rijgedrag te letten en dat mag ook wel naast zo’n begraafplaats.
Een kijkje in het centrum van Rijssen is mij niet gegund, want ik loop ook daarna langs Rijssen. Wel kom ik langs de voormalige havezate De Oosterhof, die al in 1334 voor het eerst genoemd werd. In 1960 verkocht de laatste adellijke bewoonster, barones Van Borcht tot Verwolde het vervallen pand aan de gemeente Rijssen. Tegenwoordig zitten er twee musea in: Het Rijssens Museum en het Brandweermuseum.
Niet veel later kom ik langs De Pelmolen uit 1752. Een achtkantige bovenkruier die aan de rivier De Regge ligt. De aan- en afvoer was daardoor prima geregeld. In de haven bij de molen vind je de Enterse zomp ‘Regt door Zee’. Deze zomp is in 1987 nieuw gebouwd, omdat er van de honderden zompen die ooit over de Regge voeren geen enkele meer te vinden was. Helaas ligt de zomp niet aangemeerd. Maar wat mij deugd doet, is dat er in Enter door vrijwilligers weer zompen gebouwd worden. Een uniek stukje erfgoed blijft zo behouden.
En dan gaat het fout. De route die in mijn boekje staat is hier totaal omgelegd, alleen kom ik daar pas achter als ik driemaal het pad van de pelmolen naar de N347 heb gelopen. Na minstens 1,5 kilometer heen en weer lopen langs de Regge weet ik echt niet meer waar ik naar toe moet. Dus bel ik mijn steun en toeverlaat Saak, die mij na enig zoeken weet te vertellen waar ik bij de brug over de Regge linksaf moet. Op datzelfde moment ontdek ik daar ook een aanwijzing. Dan moet dat wel goed komen, al loop ik nu wel een totaal andere kant op dan in mijn boekje staat aangegeven. Achteraf had ik even op Wandelnet moeten kijken, want daar staat de nieuwe route keurig aangegeven.
Nadat ik onder de spoorbrug ben doorgekomen, moet ik even later rechtsaf over een smal graspad. Ik loop daarna weer bijna tegen het spoor aan als ik linksaf moet. Niet veel later duikt het pad letterlijk een maïsveld in. Het Havenzatenpad loopt er dwars doorheen. Aan het eind van dit perceel loop ik tegen een nieuw maïsveld aan, maar deze keer stuurt een keurig paaltje met een aanwijzing mij om dit veld heen. Niet veel later kom op een zijpad van de Grimbergerweg en zie ik dat ik word uitgenodigd om even te gaan zitten. Goat lekker zitten’, staat er op een bordje met daarbij vier stoelen. Een sympathieke uitnodiging waar ik overigens geen gebruik van maak. Hierna loop ik via de Grimbergerzijweg naar de Bosweg. Daar ga ik linksaf en kom nadat ik de Schapendijk ben gepasseerd (ze zijn hier bij Rijssen blijkbaar gek op schapen) langs alweer een zitje. Op het hek staat geschreven ‘De Kiefhorst’. Een boerderij uit de 18e eeuw had die naam. Nu staat er een moderne boerderij.
Ik loop verder en sta even later stil om in mijn boekje te kijken. De alternatieve route is hier weer de originele route geworden en ik bestudeer even het kaartje waar ik langs moet. Als ik toevallig opzij kijk, zie een paaltje met de aanwijzing dat ik linksaf moet. ‘Langs een jonge aanplant over een graspad’, staat er in mijn boekje. De jonge aanplant blijkt nog steeds redelijk jong, maar van een graspad is geen sprake. Ik loop gewoon door het land. Gelukkig is het gras hier gemaaid en kom ik na de ‘jonge’ ’aanplant bij een klaphekje. Na nogmaals een klaphekje loop ik langs een gerooide akker, waar aan de zijkant het gras ook gemaaid is. Men houdt hier rekening met de wandelaar. Na nog een weiland kom ik uit op de Van Knegtenweg, Daar sla ik linksaf en even later bij de Nottersveldweg rechtsaf. Daar vind ik Saak met ons busje. Zij staat daar prachtig geparkeerd bij een picknickbank .
Hoewel ik 25 km op de teller heb staan, kan het, gezien de tijd, niet anders of de alternatieve route was minstens een paar kilometer korter. Maar dat heb ik ‘keurig gecompenseerd’ door een paar keer verkeerd te lopen. Het valt me dus ook niks tegen dat ik ondanks mijn omzwervingen al om goed drie uur achter mijn 0% zit.
P.S.: De zesde etappe kan even op zich laten wachten. Al mijn aandacht gaat de komende maand uit naar het nieuw ontwikkelde Friese Waterlinie Schansenpad. De deadline daarvoor is 1 oktober a.s. en daarvoor moet nog het nodige gebeuren. En voor de liefhebber, de uitgave daarvan ( door uitgeverij Gegarandeerd Onregelmatig) is gepland in april/mei volgend jaar.
































































