Van de Tankinkbrug naar de Roosdomsweg onder Markelo. 25 km
17 – 08 – 2025
Nadat we ons busje bij de Tankinksbrug geparkeerd hebben, lopen Saak en ik gezamenlijk verder over het zandpad langs het Kanaal naar Almeloo (Twentekanaal). We komen daarbij onder de spoorbrug van Wiene door. Deze brug was afkomstig van de ringspoorlijn rond Amsterdam en overspande toen de Muiderstraatweg in Diemen. Bij het overbrengen van deze brug kantelde de ponton en kwam de brug in de Weespertrekvaart terecht.Daar hebben ze hem blijkbaar toch weer uitgevist.
Na een dikke kilometer komen we bij de Dorrebrug. Dit is al de derde brug die men hier heeft neergelegd sinds de opening van het Twentekanaal in 1936. Tijdens de oorlog werd de brug vernield en in 1946 vervangen door een tijdelijke nieuwe brug. Pas in 1962 werd die weer vervangen door de huidige brug..
Na het passeren van de Dorrebrug neem ik even later bij de Ulkenweg afscheid van Saak. Vijftig meter verder komt mij een prachtige kar met Friese paarden ervoor tegemoet. Een cadeautje. Daarna kom ik al snel bij de boerderij Erve Toeschen uit 1874. Ik citeer: ‘Tijdens een welkome rust kan de wandelaar koffie, thee of frisdrank en koeken kopen in dit rustpunt op de boerderij’.
Ik zie dat de familie zit te koffiedrinken en zeg dat ik het zo prachtig vind dat het Havezatepad over de erven van boerderijen loopt. Ik raak even met hen in gesprek en krijg de vraag of ik ook zin in koffie heb. Dan zeg ik geen ‘nee’ natuurlijk ook al ben ik altijd tijdens mijn wandelingen zelfvoorzienend. Ik zit daar even gezellig in mien eigen tael te praoten’ want ook zij zijn van het Saksische slag. ‘Na een klein kwartiertje vraag ik wat ik moet betalen, want zij hebben dit Rustpunt niet voor niets. ‘Doe mar ien vuuftig’ zegt de oudste man van het gezelschap. Maar als ik zal betalen zie ik tot mijn schrik dat ik naast een paar koperen muntjes alleen twee briefjes van 50 bij me heb. Als ik vraag of ik daarmee kan betalen, is het antwoord. “Laot dan mar zitten,”
Ik neem hartelijk afscheid van de familie. Wel wil ik iedereen aanraden een paar losse euro’s in de portemonnee te doen als men hier langs komt: de koffie is namelijk heerlijk en de ontvangst allervriendelijkst. (Thuis gekomen zie ik dat de jongeman in het gezelschap Gijs Teselink mij gevonden heeft op Facebook en mij via messenger een berichtje heeft gestuurd. Omdat ik toch een klein beetje met een schuldgevoel zit dat ik de familie niet heb ‘kunnen’ betalen beloof ik Gijs dat hij de CD Onderwegens van Mark Verbeek en mij krijgt. Een hagelnieuwe CD ‘mit Stellingwarfse vassies’ die is uitgegeven door de Schrieversronte in Oldeberkoop.)
Even later loop ik langs de Bolscher Beek. Deze14 kilometer lange beek ontspringt ten oosten van Haaksbergen en stroomt in noordwestelijke richting langs Hengevelde om ten zuiden van Goor in het Twentekanaal uit te monden. Het verval daarbij is maar liefst 18 meter.
Na nog een halve kilometer over de Wiener Benteler Scheidingsweg (een zandpad met een fietspad ernaast) bereik ik de Goorseweg, waar ik even langs loop. Daarna mag ik bij het bord Kerspel Goor linksaf een bospad in. Dit pad loopt 1,5 km door het Aschpotterveld. De merkwaardige naam herinnert aan de tijd dat hier houtskoolbranders hun beroep uitoefenden. Van het afvalhout van gekapte dennen werden grote stapels gemaakt die, na met plaggen te zijn afgedekt, in brand werden gestoken.
Ik steek de Oude Needseweg over, waarna ik langs een aantal interessante gebouwen kom. Als eerste passeer ik havezate Wegdam, die al voor het eerst in 1400 wordt genoemd. Was het toen een verstevigde boerderij, nu is de havezate aan drie zijden omgracht.
Ik kom niet veel later op een mooi oud klinkerweggetje dat naar het kasteel Weldam leidt. Ik wordt verrast door het speelse stratenpatroon en maak er een foto van. Na een dikke kilometer passeer ik het kasteel Weldam met zijn imposante tuin aangelegd in de Franse barokstijl. De tuin heeft een liefs 145 meter lange berceau. Een berceau of loofgang is een pad waarbij aan beide zijden heggen staan, die aan de bovenzijde met elkaar zijn verbonden, zodat een soort tunnel ontstaat. Berceaus stammen uit de tijd dat het voor gegoede dames mode was er zo blank mogelijk uit te zien’. ( Maar helaas zie ik er bijna niks van.)
Omstreeks 1380 werd het erve en goed Weldam al voor het eerste genoemd. In 1645 werd het grondig verbouwd en kasteel Weldam dateert in de huidige vorm uit 1879. Het landgoed is 1700 hectare groot. Helaas kun je het kasteel vanuit de verte moeilijk bekijken en om de tuin te kunnen fotograferen ga ik op een stronk staan en kan ik met mijn mobieltje boven mijn hoofd nog net een glimp opvangen van een gedeelte van de tuin. Wel valt mij op dat het kasteel in de steigers staat. Het wordt dus in ieder geval onderhouden en dat doet mij goed.
Na nogmaals 2 kilometer kom ik langs Het Nijenhuis, dat uit de 17e eeuw dateert. Het Havezatepad slingert over het landgoed en dat is geen straf. Ik krijg een mooi zicht op deze havezate. In 1799 kocht de wijnverkoper Gerrit Jan Schimmelpenninck het pand voor zijn zoon Rutger Jan, die later raadspensionaris van de Bataafse Republiek werd. Vanaf die tijd bleef het kasteel altijd in de familie. (De Bataafse Republiek was een republiek die bestond van 1795 tot 1806 (onder Franse invloed) in wat nu Nederland is. Ze ontstond na de Bataafse Revolutie, waarbij de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd omgevormd. De republiek werd in 1806 vervangen door het Koninkrijk Holland onder Lodewijk Napoleon (de broer van Napoleon Bonaparte).
En dan kom ik, lopend over de Goorseweg door de plaats Diepenheim. Ik hoor bij binnenkomst al wat muziek en dat is geen wonder. In Diepenheim hebben ze namelijk deze dag het project ‘Gardensongs’. Oorspronkelijk met muziek uit diverse Diepenheimse achtertuinen.
Op het eind van de Goorseweg kom ik bij een grasveldje met daarop het beeld Regenwice. Het volgende citaat is afkomstig van de website ‘Een dagje Diepenheim.nl. ‘Nadat de vader van Regenwice en haar broers rond 1177 sneuvelden in gevechten met de manschappen van de bisschop van Münster, trad erfdochter Regenwice uit het klooster Asbeck en huwde de krijgsheer Graaf Hendrik van Dale uit Westfalen. Samen stichtten zij rond 1180 de oorspronkelijke burcht Huys te Diepenheim alsmede een slotkapel: het begin van de nederzetting Diepenheim.
Achter het beeld is het gezellig druk op een terras, maar heeft de muziek net pauze. Maar als ik verder loop, kom ik langs een zo te zien blinde jongeman die zingt en samen met een maat gitaar speelt. Hij zingt goed en de leuke liedjes worden dan ook door het talrijke publiek op prijs gesteld. Ik kan het dan ook niet laten om even een paar liedjes te blijven staan.
Het muziekfestival wordt ‘Gardensongs’ genoemd, ‘met muziek in diverse Diepenheimse achtertuinen’. Dat laatste las ik thuis, maar ik moet wel haast tot de conclusie komen dat de achtertuinen plaats gemaakt hebben voor de straat: de Gardensongs zijn Streetsongs geworden. Daar wordt het overigens beslist niet minder gezellig van heb ik gemerkt. Maar de plicht roept en ik loop verder.
Ik kom langs het oude gemeentehuis van Diepenheim. Er heeft ook nog een nieuwere gestaan, maar die is al afgebroken. Tot de vorming van de gemeente Hof van Twente in 2001 was Diepenheim de kleinste gemeente in Overijssel met een oppervlakte van 2644 hectare. Het hoort nu bij de gemeente Hof van Twente. Het dorp heeft stadsrechten ( al wordt daar nog steeds over gesteggeld) en wordt daardoor ook wel ’t Stedeke genoemd. De plaats wordt omringd door zes kastelen en watermolen Den Haller die al wordt genoemd in de 12e eeuw. De molen benut het water van de Diepenheimse Molenbeek. De omgeving van de watermolen is een sinds 1991 van rijkswege beschermd dorpsgebied.
Ik passeer Huize Diepenheim. Na een gedeeltelijke sloop werd in 1648 door Bernard Bentinck (1597-1668) begonnen met de bouw van het huidige pand. Hierna werd het in de 17e en 18e eeuw meermaals gewijzigd en ook in de 20ste eeuw.
Ik ga daarna een zandpad op met de naam Stedeke. 500 Meter verder passeer ik het kerkhof van Diepenheim en ongemerkt Huize Warmeloo. Omzoomd door struweel ( om het oude karakter van deze havezate te benadrukken) zie je er niks van. Het Havezatepad komt er ook niet vlak langs, zodat dit Huis voor wandelaarsogen verborgen blijft. Wat aardig is om te vertellen dat Prinses Armgard, de moeder van prins Bernard er gewoond heeft.
De tuinen kunnen zomers worden bezocht las ik, maar die mededeling is niet aan mij besteed. Ik loop daarna een poosje langs het riviertje De Regge, dat volgens mijn wandelboekje ‘onthoofd’ is doordat het Twentekanaal is aangelegd en de Regge daar nu in uitmondt.
Na een aantal kilometers door de Twentse dreven kom ik uit op de Deventerweg en krijg meteen een mooi beeld van Huize Westerflier. Een landgoed van 300 hectare hoort daarbij en de boerderijen op dit landgoed zijn te herkennen aan de groen-zwart- witte luikjes. Bouwer van het kasteeltje was de familie Van der Sluis, die rijk geworden was van de zompenvaart ( éénpersoons vrachtbootjes) Later namen de Schimmelpennincks van Huize Nijenhuis het landgoed over. Westerflier lag in de hanzetijd aan de Hessenweg tussen Deventer en Münster en er werd tol geheven.
En daarna gaat het mis. De route is daar omgelegd en eenmaal bij de Schipbeek ‘zegt’ en paaltje dat ik linksaf moet. Dat komt mij al wat vreemd voor, maar omdat het pad al eerder was omgelegd, stap ik rustig verder naar links. Gelukkig duurde mijn misstap niet lang, want al na 250 meter kom ik bij een huis en loopt het pad dood. Ik sta nog maar net met de vrouw des huizes te praten of een paar fietsers stoppen daar. Ook zij zijn verkeerd. De werkelijk alleraardigste vrouw zegt mij dat ik aan de andere kant van de vaart moet zijn en wil mij wel over haar erf naar een bruggetje brengen, waar ik er over kan. Gelukkig laat ik haar mijn wandelkaart zien en nadat ze die bestudeerd heeft, stuurt ze me even later de andere kant op. “Gewoon langs de Schipbeek blijven lopen en dan bij het tweede bruggetje er over. Dan zit je zo weer op de route,” zegt ze en wenst mij een plezierige wandeling.
Als ik terug loop en bij het punt kom waar ik verkeerd gelopen ben, constateer ik dat de paal met het havezate-tekentje wel erg los in de grond staat. Die is duidelijk een kwartslag gedraaid. Als oud-knooppuntencontroleur van de knooppuntenroutes in Zuidoost Friesland kost het me weinig moeite de paal uit de grond te trekken en die een kwartslag te draaien. Wel ben ik bang dat bij de eerste de beste harde wind de paal omkiepert, maar voor vandaag behoed ik wandelaars en fietsers voor een foute keuze.
Ik loop verder langs de Schipbeek en constateer dat ook bij het tweede bruggetje het pad nu langs de beek blijft lopen. Waarom men daar voor gekozen heeft is me een raadsel, want ik kom nu uit op de drukke Lochemseweg, waar ik daarna 1 kilometer langs loop. Bij het voormalige jachthuis van kasteel Westerflier (nu een café – restaurant) steek ik de weg over en even later (jawel) het Twentekanaal. Direct daarna moet ik linksaf, waarbij een groot bord mij waarschuwt dat ik mij niet buiten het pad mag begeven omdat ik anders op grond van artikel 11, eerste lid van de wet Beheer Waterstaatswerken, wordt bestraft met een geldboete van de tweede categorie. Kortom, ‘Hartelijk Welkom’.
Na weer 1 kilometer kom ik weer bij de Schipbeek en moet rechtsaf. Ik heb daar gewoon een ommetje gemaakt. Niet veel later zie ik een enorme trap voor me, die behoort bij de overbrugging van het spoor Hengelo naar Zutphen. ‘Stairway to heaven’ denk ik als de trap voor mij opdoemt. Mijn gedachten gaan ogenblikkelijk naar de prachtige uitkijktoren bij het Fochteloërveen in Zuidoost Friesland. Die heet officieel ‘Stairway to Heaven’. Ook daar moet je behoorlijk de hoogte in.
Na 46 treden omhoog en een zelfde aantal naar beneden heb ik de brug over het spoor bedwongen en van bovenaf een blik op de spoorlijn kunnen werpen: Electrische treinen rijden er in ieder geval niet op.
En daarna is het 3 kilometer lang de paden op en de landerijen in pal langs de Schipbeek naar de Roosdomsweg onder Markelo. Ik word daarbij vergezeld door klaterend water in de Schipbeek die hier en daar een kleine barrière moet overwinnen.
Halverwege het graspad langs de beek krijg ik bericht dat Saak eindelijk de Roosdomsweg onder Markelo heeft gevonden en dat ze me bij de weg staat op te wachten. Dat blijkt te kloppen. Na een werkelijk heerlijke wandeling stap ik dan ook vrolijk fluitend bij haar in het busje en vergeet een eindfoto te maken. Er gaat altijd wel iets mis. Op naar huis.























































