1. Van Oldenzaal naar het voetbalveld van Achilles bij Enschede

1. Van Oldenzaal naar het voetbalveld van Achilles bij Enschede

1e etappe van het Havezatenpad: van Oldenzaal naar het voetbalveld van Achilles bij Enschede (21 km)
Dat laatste was de bedoeling.

11 – 7 – 2025

Ik start om twintig voor tien bij het station van Almelo. We hebben afgesproken dat Saak ons busje  na twee kilometer bij een spoorwegovergang parkeert en daarna een eindje met mij meeloopt.

Oldezaal is een stad met een geschiedenis. De plaats wordt als de oudste stad van Twente beschouwd. Al in de late bronstijd, 4500 jaar voor Christus, zijn er sporen van bewoning gevonden en ook in de Romeinse tijd woonden er mensen, waarschijnlijk de Tubanten. In de tweede helft van de achtste eeuw bezat Oldenzaal een koninklijk domein, waarschijnlijk van Pepijn de Korte: (citaat) Pepijn III (zoon van Karel Martel) , de Korte genaamd, was vanaf 741 hofmeier en vanaf 751 tot zijn dood de eerste koning der Franken uit het Karolingische huis. Het Frankische rijk besloeg toen ongeveer het gebied van het huidige Frankrijk, België, Nederland, Luxemburg, een deel van Duitsland en een deel van Italië. Het was een aanzienlijk rijk, maar nog niet zo uitgestrekt als onder zijn zoon Karel de Grote. 
Daarna ging het snel met de ontwikkeling van Oldenzaal, want de rondtrekkende Iers-Angelsaksische missionaris Plechelmus – die de abdij van Prüm of Echternach als uitvalsbasis had – stichtte rond 765 hier een kerk. 0ldenzaal werd dus naast een werelds ook een religieus centrum.
Oldenzaal dat in de 13e eeuw stadsrechten had gekregen, werd een Hanzestad, ondanks het feit dat het geen directe ligging aan het water had. De plaats was namelijk een belangrijke schakel voor de handel tussen de grotere Hanzesteden, zoals Deventer en Zwolle, vanwege de gunstige ligging aan de Duitse grens. In de tachtigjarige oorlog kwam de klad er wat in, maar dankzij de textielindustrie werd het in de 18e en 19e eeuw weer een florerende stad.
Omdat de stad vlakbij de grens ligt, werd deze al direct bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers bezet. Een gebeurtenis die veel indruk gemaakt heeft vond plaats op woensdag 25 oktober 1944. De stad werd toen voor een razzia totaal afgesloten door het Duitse leger. Alle mannen tussen 17 en 55 jaar moesten zich melden op het Heuveltje aan de Haerstraat en ’s avonds vertrok een grote colonne lopend via Losser naar Gronau. Ze moesten verdedigingsschansen langs de grens graven. Enkelen ontsnapten onderweg.  
Op 2 april 1945 werd de stad door de Canadezen bevrijd. Maar veel plezier beleefde men er niet aan: Op 8 mei 1945 werd namelijk op de Groote Markt een bevrijdingsfeest met vuurwerk door de Canadese troepen aangeboden. Een groepje jongeren bracht tijdens het feest ontvlambare brandplaatjes uit granaathulzen tot ontploffing, die ze uit een Duits munitiedepot van het Marthalager hadden gehaald. Vlak voor middernacht ging dat gigantisch mis. Er ontstond een geweldige explosie. Op de gehele Groote Markt en omgeving was geen ruit meer heel. Toen de rook was opgetrokken, zag men overal doden en zwaargewonden liggen, badend in het bloed, getroffen door de scherven van een uiteengespatte granaathuls. Zestig mensen met verwondingen werden naar het Oldenzaalse ziekenhuis gebracht en acht mensen verloren het leven. Ook zou nog een geallieerde militair om het leven zijn gekomen.

Ik loop dus in mijn eentje vanaf het Stationsplein door de Haerstraat. Onderweg maak ik een foto met daarop de bovenkant van de watertoren. Deze werd hier in 1905 gebouwd, heeft een hoogte van 31,7 meter en had een waterreservoir van 250 m³. Nu zijn er woningen in gevestigd.

Nadat ik de stad ben uitgelopen, kom ik langs het prachtige buiten De Haer. Deze in 1881 gebouwde villa in eclectische stijl (verschillende bouwstijlen door elkaar). Eclectisch betekent letterlijk: het beste uitkiezend. Het buiten werd hier in opdracht van de Oldenzaalse textielfabrikant Gelderman gebouwd. De vijver in de tuin valt op doordat het de vorm van de hoed van Napoleon heeft. En zelfs het eendenhuisje is opmerkelijk: het is in Chinese stijl gebouwd.   

Hierna kom ik bij het Kalheupinkpark: een landschapspark dat in 1869 in opdracht van diezelfde Gelderman werd aangelegd . Het park is ontworpen in de Engelse landschapsstijl, er zijn prachtige oude bomen te bewonderen, een serie kunstwerken en twee bronvijvers in de vorm van een appel en een peer. Ik kom daar echter niet langs en loop door het bos dat ook bij het Kalheupinkpark hoort. Het bosgebied heeft als bijnaam ‘de eilandjes’, al krijg ik daar niet al te veel van mee. De naam Kalheupink is te herleiden uit de oude omschrijving ‘kale heugte’. De betekenis hiervan is ‘hoog gelegen weide’. Het huidige park ligt dan ook op een heuvel, een zuidelijk ‘zusje’ van de Tankenberg. 

Als ik het bos uit ben en op de Koppelboerweg loop, zie ik ons rode busje al langs het spoor staan.
Voor ik in de bus stap, maak in nog een foto van een markesteen, die helaas niet origineel is. De oude steen is waarschijnlijk bij de aanleg van het spoor verwijderd. Een markesteen is een grenssteen die de scheiding tussen twee of meer marken aangeeft.  Dit zijn historische gebieden met gemeenschappelijke gronden. 

Na de koffie gaan we samen op stap. Al snel kom ik langs een groot kruis (dat ik helaas door het tegenlicht niet goed op de foto krijg). Het kruis is hier in 1946 geplaatst als dank aan de Canadezen, die Oldenzaal op 2 april 1945 hebben bevrijd. 

Het landgoed Boerskotten, sinds 1985 in bezit van Vereniging Natuurmonumenten, omvat 104 ha bos en 30 ha cultuurgrond met enkele boerderijen. Het gebied werd eind 19e eeuw verworven door de heer Essink die zich toelegde op de bosbouw. Het grotendeels vochtige heidegebied werd ontgonnen en op de rabatten  (verhoogde kweekbedden met een greppel ertussen) werd zowel loofhout als naaldhout geplant. Vooral naaldhout deed het goed op de vruchtbare grond.
Het glooiende gebied ligt op een stuwwal. De bodem bestaat uit zeeklei bedekt met keileem. De stuwwal is zo’n 150.000 jaar geleden in één van de laatste ijstijden door gletsjers gevormd.
Het landgoed is ontstaan vanuit het huidige landhuis “Boerskotten”. In de 18e eeuw stond hier de boerderij Boers en de plek werd dan ook aangeduid als “Boerscotten”. De bossen zijn op sommige plaatsen wel 150 jaar oud en herbergen veel vogels: naast de meer gewone soorten komen de appelvink, de houtsnip, de nachtzwaluw en de middelste bonte specht voor. Door de variatie in het landschap en de aanwezigheid van veel kleinere diersoorten zijn er ook veel roofvogels, zoals buizerd, havik, sperwer en bosuil. Jammer is dat het in twee delen is gesplitst door de A1 richting Duitse grens.

Eenmaal over de A1 krijgen we te maken met een omleiding, die over de weg De Lutte gaat. Het staat keurig aangegeven en dus doen we dat. Maar helaas  voor Saak worden we even later verrast door het feit dat het Losser Voetpad  richting Oldenzaal is afgesloten. Zij zou namelijk over het voetpad om zo weer bij ons busje te komen. Gelukkig voor mij is het voetpad linksaf wel toegankelijk, en dus neem ik afscheid van een licht teleurgestelde Saak. Zij moet terug lopen.

Ik loop daarna via de Fledderesch naar de N734, de weg van Oldenzaal naar Losser. Ik had het toen nog niet in de gaten, maar nadat ik daarna op de Judithhoeveweg terecht kwam, begon het mij te dagen: Ik was hier eerder langs gekomen, toen ik het Naoberpad liep. En dus maak ik voor de tweede maal een foto van de Judith-hoeve, die op het landgoed De Snippert ligt.
Deze hoeve is van 1912 en genoemd naar de dochter van Helmich Benjamin Blijdenstein. Net als zijn vader Albert Jan Blijdenstein (een van de medeoprichters van de Nederlandse Heide Maatschappij in 1888)  heeft hij een belangrijke rol gespeeld bij die organisatie. Helaas kwam Helmich in 1919 al op 50 jarige leeftijd te overlijden, waarna De Heidemaatschappij ter herinnering een gedenksteen bij de boerderij plaatste en een lindeboom plantte. Zowel boerderij, gedenksteen als lindeboom zijn opgenomen op de gemeentelijke monumentenlijst.

Na de Judithhoeve ga ik direct rechtsaf en niet lang daarna neem ik afscheid van het Naoberpad. Ik loop daarna door het Haagse Bos. Hoe men aan die naam gekomen is, blijft onduidelijk. In ieder geval is het aangelegd als een productiebos en in 1969 aangekocht door Natuurmonumenten. ( De Snippert in 1965.) Je ziet dat het bos net als in de Snippert is aangelegd op rabatten.

Nadat ik even langs de drukke  N733 ben gelopen, kom ik in een bosgebied dat eigendom is van Landschap Overijssel. Na een bord waarop staat: Welkom bij Landschap Overijssel, loop ik slingerend door het bos. Het blijkt dat de route, zoals die in mijn boekje staat op een aantal plaatsen is gewijzigd. Maar omdat alles keurig staat aangegeven, viel me dat pas thuis op. In ieder geval kom ik wel driemaal op de Bergweg uit, die hier dwars door het bosgebied loopt. Die naam heeft het ongetwijfeld gekregen, omdat die vlak langs de Lonneker berg loopt. Deze ‘berg’ is het zuidelijke deel van het stuwwalcomplex (gevormd in de voorlaatste ijstijd) en de top ligt op 56 meter boven NAP. Maar om eerlijk te zijn krijg ik daar niks van mee, omdat ik er langs loop en de ‘berg’ door alle bomen niet zichtbaar is.

Na de derde keer Bergweg, loop ik even over de Oude Deventerweg, die vermoedelijk al in de middeleeuwen als een handelsweg werd gebruikt.

Daarna kom ik op het Wiefkerpad, een stokoud kerkenpad, dat dwars over de Roolvinkes loopt. Heb geprobeerd over dat gebied wat te vinden op internet, maar kwam steeds bij de Roelvinkjes uit en daar zat ik niet op te wachten. In ieder geval zijn in dit gebied sporen van Neanderthalers ontdekt, die hier 60.000 jaar geleden een kampement hadden. De Neanderthalers leefden van 400.000 voor Christus tot 40.000 voor Christus zowel in Europa als in delen van Azië. Rond 40.000 voor Christus zijn ze als menssoort uitgestorven. Wetenschappers zijn nog steeds bezig om uit te vinden hoe dat kwam. Als oorzaken worden genoemd: Ze zijn verdreven door de homo sapiens, die als intelligenter worden beschouwd. Maar ook klimaatverandering wordt genoemd als een mogelijke oorzaak. Deze verandering zorgde namelijk voor een voedselschaarste, wat het voor de Neanderthaler moeilijk maakte om te overleven.
Kortom het definitieve antwoord is er nog niet.

Lopend over het Wiefkerpad kom ik langs Landschaps- en zorgboerderij De Rökker. Zij hebben langs het Wiefkerpad een prachtige overkapping met wat bankjes neergezet en dat verdient alle lof.

Daarna loop ik door een deel van Lonneker. Het is de naam van de marke die zich in een halve cirkel boven Enschede uitstrekte. Onder Lodewijk Napoleon ( zeg maar rond 1810) werd het de gemeente Lonneker. Die gemeente werd al in 1934 ingelijfd door Enschede. Ook toen deed men dus blijkbaar al aan schaalvergroting.

In Lonneker is het een drukte van belang: er is markt en het terras van café Sprakel zit helemaal vol. Ik maak nog een foto van de Jacobus de Meerderekerk die hier in 1911/12 werd gebouwd. Jacobus was één van de twaalf apostelen van Jezus en dankt zijn naam aan het feit dat hij de oudere broer was van de apostel Johannes.

 Als ik Losser uitloop, kom ik over het Spölminkpad dat langs de sportvelden van Losser loopt. Via de Stegenkampweg, de Hegeboerweg (met heel aardige stulpjes) en het Overmaatpad kom ik op het Scheperijpad terecht. Daar staan langs de kant ogenschijnlijk stokoude palen met o.a de tekst Noaberschap, Grondholt en Drebs. Ik heb niet kunnen achterhalen waarom ze er staan, dus wie het weet mag het zeggen.

Via de Brandemaatweg kom ik op de Weerseloseweg. Langs de Weerslooseweg kun je nog het oude pompstation uit 1891 vinden. Ik had dat toen niet door, maar met behulp van streetview heb ik die toch nog weten te vinden (zie foto’s)

Daarna kom ik op de Witbreuksweg. Daar staat bij een plas Saak met ons busje. De plassen die hier liggen zijn oorspronkelijk spaarbekkens, die het water opvingen dat vanaf de stuwwal naar beneden stroomde. Vanaf 1936 werd er water van het Twentekanaal in geloosd. Het water zakte hier in de bodem en werd later als drinkwater gebruikt. Door een grote brand bij Vredestein in 2003 raakte het kanaal zo vervuild dat de inname van het water uit het Twentekanaal moest worden gestopt.

Eenmaal bij ons busje heb ik er nog maar 19 km op zitten en ik loop nog even door tot het parkeerterrein van de voetbalclub Achilles bij Enschede. Tenminste dat was de bedoeling. Maar helaas ben ik op het eind van deze eerste etappe er toch weer ingetuind. De route van het Havezathenpad staat ondanks alle wijzigingen ( echt meerdere) goed aangegeven en ik vertrouwde dus helemaal op de rood-witte pijltjes. En ja, die heb ik op de Witbreuksweg niet gezien en voor ik het wist was ik de afslag die ik had moeten nemen al ruimschoots gepasseerd. Om kort te gaan ik kwam uit op de Bosweg en heb Saak maar gebeld of ze me daar op kon halen. Dat ging niet helemaal van harte. Want hoewel ik ons busje op een bepaald moment zag rijden, reed ze de verkeerde kant op. Maar het is uiteindelijk goed gekomen.

Thuis las ik mijn wandelboekje nog even na en daar stond in dat ik bij de bordjes met de huisnummers 97 t/m 105 linksaf had gemoeten. Daar ga ik dan de volgende keer maar beginnen. En hoewel ik vandaag volgens mij geen havezathe gezien heb, was het ondanks mijn miskleun op het laatst een mooie tocht. Enig nadeel is wel dat het een enorme slinger is om er te komen. Maar omdat ik naar Steenwijk loop, start ik elke etappe iets dichterbij. 

Geef gerust je reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Back to Top