Van de Witbreuksweg bij Enschede naar Het Joods Kerkhof bij Delden 27 km
3– 8 – 2025
We zijn mooi op tijd op de Witbreuksweg bij Enschede, maar worden daar geconfronteerd met het feit dat Saak haar plekje van de vorige keer al bezet is. Dus moeten we nog even verder en parkeren uiteindelijk ons busje bij de ingang van een maïsveld. Daar kunnen we de auto rustig parkeren, omdat de maïs nog niet rijp genoeg is om geoogst te worden.
Omdat we wat zijn doorgeschoten lopen we na de koffie een paar honderd meter terug op de Witbreuksweg. Eenmaal bij een afslag (zonder rood-wit teken) die we volgens ons boekje moeten nemen, worden we getrakteerd op een aantal verboden en een wit bord met een rode rand. En ook nog eens met de tekst: alleen voor aanwonenden. Het mag duidelijk zijn dat de bewoners van dit pad ons liever kwijt dan rijk zijn. Maar blijkbaar trekt niemand zich daar wat van aan, want we komen diverse mensen tegen. We komen langs een alleraardigst boerderijtje, waar ik direct een foto van maak. Maar ik geloof niet dat dit een havezate is geweest en ben benieuwd of ik er vandaag wel een paar zie
Met een grote boog komen we door het gebied De Horstlanden, een naam die het waarschijnlijk gekregen heeft omdat het ‘een verhoogd stuk land is begroeid met struikgewas’. Verder is er niets over te vinden. Daarna komen we op de Horstlindelaan, vlakbij de voetbalvelden van Achilles, waar ik de vorige keer naar toe had willen lopen.
We slaan schuin rechtsaf bij de Horstlindelaan en vervolgen de route over een smal bospaadje dat parallel aan de Horstlindelaan loopt. Nadat we nogmaals een weg zijn overgestoken, komen we uit op een brede promenade, die langs een paar universiteitsgebouwen loopt. O.a. het Vrijhof staat hier, dat wordt omschreven als het culturele hart van de Universiteit Twente. Even later passeren we een vijver met daarin een ‘verzonken’ torentje: Dat is het torentje van Drienerlo, dat in 1979 is gemaakt door Wim T. Schippers, die bij de ouderen nog bekend is van o.a. de Fred Haché-show (1971 – 1972).
Het kunstwerk kan worden gezien als een symbool voor het loslaten van kerkelijke dogma’s in de wetenschap. Schippers zelf had er bewust geen betekenis aan gegeven in de hoop dat men er zelf ‘mythes’ achter zou verzinnen. Dat is gelukt.
Vrij snel daarna loop ik langs de Bastille, een spannende burcht (1969) vol nisjes, trappen, gangen en doorkijkjes waarin studenten elkaar kunnen ontmoeten. Het gebouw werd door zijn massieve stenen gevels en de kleine torentjes de Bastille gedoopt, een verwijzing naar het beroemde Parijse gevangenisfort. In 2003 onderging het voor 14,4 miljoen een complete gedaanteverwisseling, omdat het niet meer voldeed. Nu bruist het als nooit te voren en is het een soort ministad geworden, een idee dat ook de ontwerper Piet Blom voor ogen had.
Omdat ik hier door het gebied loopt dat behoort bij de universiteit Twente even wat over de geschiedenis: Universiteit Twente werd in 1961 als Technische Hogeschool opgericht en werd op 14 september 1964 officieel geopend. Daarna zijn er nog veel verschillende studierichtingen bijgekomen en heeft de universiteit zich ontwikkeld tot een plek waar wetenschap, kunst en architectuur samenkomen.
Dat de gemeente Enschede het landgoed Drienerlo beschikbaar stelde voor de eerste campusuniversiteit van Nederland heeft waarschijnlijk bijgedragen aan de keuze voor Enschede. Een campus is een terrein van een hogeschool of universiteit waar je les krijgt, maar waar ook woningen staan en waar je allemaal andere voorzieningen hebt, zoals winkels, een kantine, een kroeg en sportclubs. Het is dus eigenlijk een soort dorp, waar je met je medestudenten woont. Ik had er geen idee van maar weet nu dat er meer dan 12000 studenten studeren en dat er daarnaast meer dan 1.800 wetenschappelijke en zo’n 1.350 ondersteunende medewerkers zijn. Het aardige van deze universiteit is dat er meer dan 700 bedrijven vanuit de universiteit zijn gestart en dat ze samenwerkt met de provincie Overijssel en de gemeente Enschede in Kennispark Twente. Een samenwerking die tot doel heeft om 10.000 nieuwe hoogwaardige arbeidsplaatsen voor Twente te creëren. Kortom een universiteit die midden in de samenleving staat.
Bij de Bosweg neem ik afscheid van Saak en steek even later bij het gebouw Apollo de Hengelosestraat over. Helaas sluit Bandenfabriek Apollo Tyres Vredestein in Enschede over ruim een jaar de deuren. Eigenaar Apollo Tyres uit India ziet geen toekomst meer voor het meer dan honderd jaar oude bedrijf, waardoor er volgend jaar (2026) 500 mensen op straat komen te staan.
Lopend langs de weg Capitool kom ik langs een opvallend kunstwerk genaamd Bucky Ball: Een buckyball is een bolvormig molecuul met 60 koolstofatomen, die gerangschikt zijn in een patroon van 20 zeshoeken en 12 vijfhoeken. Ze hebben een doorsnee van O.P nm wat neerkomt op 0,000009 millilimeter en zijn pas in 1985 ontdekt. Ze zijn o.a. geschikt om materialen sterker te maken.
Daarna loop ik door een tunnel onder het spoor naar de Grolsch Veste, het stadion van FC Twente. Bij de ingang hebben ze een aantal mensen op de muur geschilderd waaronder de voetballer Blaise N’kufo, die topscorer aller tijden van FC Twente werd en in 2010 met de club het landskampioenschap mocht vieren. Bij het stadion staat zelfs nog een standbeeld van hem, maar dat heb ik niet gezien.
Het stadion werd in 1998 geopend ter vervanging van het Diekman Stadion. Het had tot de verbouwing in 2008 de naam Arke Stadion. Na twee uitbreidingen in 2008 en 2011 steeg de capaciteit van 13.200 naar 30.00 zitplaatsen en is door een lucratief sponsorbedrag nu vernoemd naar het bekendste biermerk van Twente: Grolsch.
Hierna loop ik een poosje langs het spoor, waarna ik na de IJsbaan Twente linksaf sla. Ik loop daarna langs het Kristalbad, een retentiegebied: een retentiegebied is een gebied dat is ontworpen om bij hevige regenval of hoge waterstanden tijdelijk water vast te houden, om zo overstromingen in andere gebieden te voorkomen. Het fungeert dus als een soort buffer voor overtollig water. Het gebied kan totaal maar liefst 187 miljoen liter water bergen. Helaas heeft zelfs dit retentiebekken niet kunnen voorkomen dat vorig jaar een gedeelte van de wijk Pathmos in Enschede overstroomde en sommige huizen tot op de dag van vandaag onbewoonbaar zijn.
Neemt niet weg dat het Kristalbad zijn functie wel zal hebben en dat de twee uitkijktorens in de vorm van een wenteltrap je een unieke blik op het natuurgebied geven. Ik kon het niet laten om er eentje te beklimmen.
Hierna kom ik over het Twentekanaal. Dat is hier niet zonder strubbelingen gekomen. Hoewel het eerste plan voor een kanaal naar Twente al stamt uit het midden van de 19e eeuw, werd met de aanleg van het kanaal pas begonnen in 1930, na een kwart eeuw onenigheid over acht verschillende ontwerpen. Het kanaal werd gegraven voor een betere aanvoer van grondstoffen (vooral ruwe katoen) voor de Twentse textielindustrie en voor de toevoer van steenkool uit de mijnen in Limburg. Daarnaast kreeg het kanaal een rol in het regionale watermanagement. De riviertjes de Berkel, de Regge en de Schipbeek veroorzaakten nogal eens wateroverlast. Het Twentekanaal helpt bij de waterafvoer, maar kan bij droogte ook water van de IJssel oostwaarts leiden.
Het grootste deel is aangelegd als werkverschaffingsproject tijdens de crisis en door werklozen gewoon met een schop (een schop is een robuustere uitvoering van een schep) gegraven. Met machines werken mocht toen niet. In 1938 was het kanaal gereed en in 1953 kwam de zijtak naar Almelo klaar.
In een studie naar de geschiedenis van het Twentekanaal wordt gesproken van het “succes van een mislukking”: de economische ontwikkeling is ondanks de aanleg sterk achtergebleven bij de verwachtingen, maar het kanaal is inmiddels wel van groot belang voor de waterhuishouding. ‘Elk nadeel hep z’n voordeel’, zou Johan Cruijff ongetwijfeld gezegd hebben.
Daarna duik ik de landerijen in. Ik weet niet of ik over Stiewelpaden gekomen ben, maar die zijn hier sowieso. Stiewelpaden werden ontwikkeld door de Vereniging Behoud Twekkelo met behulp van particulieren. Men streeft daarbij naar herstel en behoud van het landschapsschoon tussen de oprukkende steden Enschede en Hengelo. Een stiewel is het Twentse woord voor een stevige laars of hoge schoen. De paden zullen dan ook niet altijd droog zijn.
In het landschap vallen de groene zouthuisjes op. Ook moeten er nog een paar zwarte zoutboortorens uit de jaren twintig staan, maar die heb ik niet opgemerkt. Zowel de zouthuisjes als de torens pompten water in de ondergrondse zoutkoepels om het later als pekelwater weer op te pompen. De zoutfabriek (de Koninklijke Nederlandse Zoutindustrie , later bekend als de AKZO) stond aanvankelijk in Boekelo, maar verhuisde na de aanleg van het Twentekanaal naar Hengelo.
Ik kom langs de Openbare Lagere School van Twekkelo en even later langs het Johanneskerkje, de wederopbouwkerk, die hier in 1950 werd gebouwd in opdracht van de Gereformeerde Armenstaat Twekkelo. Die heeft het nog altijd in bezit. De kerk doet tegenwoordig meer diens als cultuurhuis dan als godshuis.
Vlakbij de Twekkeleresch kom ik langs landgoed Het Stroot. Op het landgoed vind je nog een buiten uit de 19e eeuw van de eigenaar van de Boekelose stoomblekerij, Gerrit Jan van Heek. Opvallend is de zandstenen toegangspoort. Deze is afkomstig van het voormalige huis Hengelo en stamt uit ongeveer 1615. Maar…ik kom er niet langs, of zie hem niet.
Na een paar kilometer door voornamelijk bosgebied kom ik bij de autosnelweg A35. Als ik die ben overgestoken, kom ik op de Windmolenstraat. Daar moet volgens mijn boekje nog een zouttoren staan, maar heb ik ook niet gezien.
Daarna loop ik vrij snel Boekelo binnen. De plaats was ten tijde van de textielindustrie van belang voor de aanvoer van steenkool uit het Ruhrgebied . ( Nu rijden er allen nog stoomtreinen tussen Boekelo en Haaksbergen voor de toeristen.) Later werd het bekend door de winning van zout dat verkocht werd onder de naam JOZO zout. JOZO staat hier voor JOdium ZOut, een verwijzing naar het feit dat het zout is verrijkt met jodium, een essentieel sporenelement voor de gezondheid. Jodium is belangrijk voor de schildklierwerking en wordt door het lichaam gebruikt om schildklierhormonen aan te maken.
Nu is er in Boekelo een zoutmuseum en is het nog steeds bekend door de voormalige stoomblekerij. Hierin werd textiel gebleekt met behulp van stoom. De stoomblekerij , opgericht in 1888, was belangrijk voor de textielindustrie en dus ook voor de geschiedenis van Boekelo. Tegenwoordig is het terrein van de voormalige stoomblekerij een plek met industrieel erfgoed: o.a. het voormalige pakhuis en het ketelhuis zijn nog steeds te bezichtigen.
Ik kom na Boekelo over het landgoed Twickel en loop daarbij over De Wolfkaterweg en het Altenavoetpad. Het aardige is dat je daar over het erf loopt van Twickelboerderijen. Ze zijn te herkennen aan de witte luiken met daaromheen een zwarte rand. Het landgoed Twickel is maar liefst 4000 hectare groot. Het bestaat al 675 jaar en staat bekend om zijn afwisselende landschap, historische gebouwen en monumentale watermolens. Het Goorseveld is er een onderdeel van. Het mag duidelijk zijn dat ik er maar een klein gedeelte van heb kunnen bewonderen.
Hierna kom ik al snel in Beckum, een dorp dat midden in het landgoed Twickel ligt. Het dorp staat bekend als een ‘los esdorp’, vanwege de onregelmatige groepering van boerderijen rond de grote es. Beckum heeft de Blasiuskerk (1938), een kerk die is gemaakt met de veelkleurige, handgevormde Osse-steen, afkomstig uit de steenfabriek van Losser. De in traditionele stijl gebouwde Blasiuskerk is een zogenaamde kruiskerk met neo-gotische kenmerken. Het interieur heeft een gemetseld gewelf. Citaat: ‘Het traditionalisme kenmerkt zich door het gebruik van lokale materialen, ambachtelijke technieken en ontwerpprincipes die passen bij de cultuur en het klimaat van een bepaalde regio’. Overigens is de kerk sinds kort aan de eredienst onttrokken.
In ieder geval konden de kerkgangers zonder gevaar naar de kerk komen, want er loopt een tunnel onder de Haaksbergseweg door.
Daarna loop ik recht op het Proggiehoes aan. Het dorpshuis heeft een roerige tijd achter de rug maar heeft sinds kort weer een voltallig nieuw bestuur. Voor ik daar ben kom ik langs de voormalige Boerenleenbank. Het is triest om te constateren dat deze bank hier in 1960 werd opgericht maar na een paar overnames in 2001 door de Rabo-bank de nek is omgedraaid. Daar heeft/had de Rabo-bank echt een handje van, want dat is op meerdere plaatsen gebeurd.
Naast ’t Proggiehoes, kom ik op het Kerkveldervoetpad, die later overgaat in de Flierveldsweg. Over deze ‘weg’ liepen de mensen vroeger uit Beckum naar de kerk in Delden: een pittige wandeling van wel vijf kilometer. Het pad komt door een mooi heidegebied: het Steenveld, met veel gagel. De takken van de gagel worden in de week voor Pasen gebruikt om voor de kinderen een Palmpasenstok te versieren.
Vlak voor Delden kom ik bij het Joodse Kerkhof De Plaai. Aanvankelijk begroeven de joden hun doden op een begraafplaats aan de Hengelosestraat in Delden. Maar na de invoering van de Wet op de lijkbezorging in 1869 voldeed deze begraafplaats niet aan de wettelijk eisen omdat een omheining ontbrak. De eigenaar van het terrein, baron Van Heeckeren van Wassenaer, was niet van plan een dergelijk omheining te plaatsen. Wel stelde hij een ander terrein in het Flier ten zuiden van Delden beschikbaar aan de joodse gemeenschap. De nieuwe begraafplaats werd omstreeks 1879 in gebruik genomen en heeft nu een beschermde monumentale status.
Saak heeft daar ons busje geparkeerd en hoewel ik nog door zou lopen tot het Twentekanaal ( 400 meter verderop) geloof ik het wel voor vandaag. Ik heb al zo’n 27 km op de teller en verneem nu wel dat ik een paar dagen eerder uit Bonaire teruggekomen ben. Heb de indruk dat de jetlag mij toch nog even probeert dwars te zitten. Maar na mijn gebruikelijke 0 procentje ben ik er snel weer bij. Nu alleen nog wat last van de benen.































































